Lesson A1-002 - Thuiskomst en eten | Learn Danish in Dutch

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: Arriving home and greeting someone in a simple, natural way.

NL → DA / Level: A1 In progress

Drill Audio

1x
0:00
0:00

Dialogue

A

Jeg er tilbage.

Jai a tilbaa-je. Ik ben terug.
B

Hej, dejligt at se dig.

Hai, daai-lit a see dai. Hé, fijn je te zien.
A

I lige måde. Det var en lang dag.

I lie-uh moo-thuh. Deet var en lang daa. Jij ook. Het was een lange dag.
B

Kom ind. Er du sulten?

Kom in. A du sulten? Kom binnen. Heb je honger?
A

Lidt.

Lit. Een beetje.
B

Lad os spise.

La os spie-se. Laten we eten.

Word by Word

Jeg Persoonlijk voornaamwoord in de eerste persoon enkelvoud; het verwijst naar de spreker.
er Tegenwoordige vorm van het werkwoord 'være'; het koppelt onderwerp en toestand aan elkaar.
tilbage Bijwoord dat 'terug' betekent en aangeeft dat iemand weer terug is.
Hej Informele begroeting, vergelijkbaar met 'hé' of 'hoi'.
dejligt Bijvoeglijk naamwoord dat 'fijn' of 'prettig' betekent; hier geeft het een positieve houding aan.
at Infinitiefmarkeerder die een werkwoordsvorm inleidt.
se Infinitief van 'zien'; hier betekent het letterlijk iemand zien.
dig Persoonlijk voornaamwoord in objectsvorm, 'jou'.
I Voorzetsel dat hier onderdeel is van de vaste uitdrukking 'I lige måde'; samen betekent die ongeveer 'jij ook' of 'evenzo'.
lige Woord dat 'gelijk' of 'precies' betekent; hier hoort het bij de vaste uitdrukking.
måde Zelfstandig naamwoord dat 'wijze' of 'manier' betekent; samen met 'I lige' vormt het een vaste reactie.
Det Persoonlijk/onpersoonlijk voornaamwoord, hier gebruikt als onderwerp in de zin en gelijk aan 'het'.
var Verleden tijd van 'være'; betekent 'was'.
en Onbepaald lidwoord voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord; betekent 'een'.
lang Bijvoeglijk naamwoord dat 'lang' betekent, hier in de betekenis van tijdsduur.
dag Zelfstandig naamwoord voor 'dag'.
Kom Gebiedende wijs van 'komen'; het is een uitnodiging of bevel in de vorm 'kom'.
ind Richtingswoord dat 'naar binnen' betekent en samen met 'Kom' de vaste uitdrukking 'kom binnen' vormt.
du Persoonlijk voornaamwoord, 'jij' of 'je'.
sulten Bijvoeglijk naamwoord dat 'hongerig' betekent.
Lidt Woord voor een kleine hoeveelheid; betekent 'een beetje'.
Lad Gebiedende vorm van 'lade'; in de vaste constructie 'Lad os' betekent het 'laten we'.
os Persoonlijk voornaamwoord in objectsvorm, 'ons'.
spise Infinitief van 'eten'; dit is het hoofdwerkwoord van de uitnodiging.

Grammar Points

I lige måde

I lige måde.

I lie-uh moo-thuh.

Jij ook.

Vast antwoord op een groet; betekent 'jij ook'.

Lad os + infinitiv

Lad os spise.

La os spie-se.

Laten we eten.

Gebruik dit om samen een voorstel te doen: 'laten we ...'.

Danish Vocabulary

dejligt at se dig phrase
daai-lit a see dai fijn je te zien

Antwoord op een begroeting.

Det var en lang dag phrase
Deet var en lang daa Het was een lange dag

Zin om vermoeidheid of een drukke dag aan te geven.

Er du sulten phrase
A du sulten Heb je honger

Vraag of iemand honger heeft.

Hej intj
Hai

Begroeting in de dialoog.

I lige måde phrase
I lie-uh moo-thuh Jij ook

Gebruik je als reactie in dezelfde situatie.

Kom ind phrase
Kom in Kom binnen

Uitnodiging om naar binnen te komen.

Alternative Expressions

1x
0:00
0:00

Hej (Hé)

  • Hallo Ha-lo (Hallo)
  • Goddag Go-dai (Goedendag)

dejligt at se dig. (fijn je te zien.)

  • rart at se dig. Raat a see dai. (fijn je te zien.)
  • hyggeligt at se dig. Huu-guh-lit a see dai. (gezellig je te zien.)

I lige måde. (Jij ook.)

  • Det samme. De sam-uh. (Hetzelfde / jij ook.)
  • Det samme til dig. De sam-uh til dai. (Hetzelfde voor jou.)

Det var en lang dag. (Het was een lange dag.)

  • Det har været en lang dag. De har vee-ret en lang daa. (Het is een lange dag geweest.)
  • Det blev en lang dag. De blev en lang daa. (Het werd een lange dag.)

Kom ind. (Kom binnen.)

  • Kom indenfor. Kom in-den-for. (Kom naar binnen.)
  • Kom bare ind. Kom baa-re in. (Kom maar binnen.)

Er du sulten? (Heb je honger?)

  • Er du sulten nu? A du sulten nu? (Heb je nu honger?)
  • Er du blevet sulten? A du blee-vet sulten? (Ben je hongerig geworden?)

Lidt. (Een beetje.)

  • En smule. En smoe-le. (Een beetje.)
  • En lille smule. En li-le smoe-le. (Een klein beetje.)

Lad os spise. (Laten we eten.)

  • Lad os gå og spise. La os go o spie-se. (Laten we gaan eten.)
  • Så lad os spise. So la os spie-se. (Dus laten we eten.)

Quiz

Word Order

Arrange the words in the correct order.

Ik ben terug.

Show AnswerJeg er tilbage.

Hé, fijn je te zien.

Show AnswerHej, dejligt at se dig.

Kom binnen. Heb je honger?

Show AnswerKom ind. Er du sulten?

Spelling

Tap the letters to spell the word.

Show AnswerHej